Aankomst en Begin

Aankomst van de Montfortanen in Oirschot

Op maandag 26 oktober 1903 – alles is al ingepakt en iedereen is er klaar voor –
gaat de reis naar Oirschot. Op het bordes vóór het huis was een Maria-beeld
geplaatst; aan de voeten van Maria lag de sleutel van de voordeur.
093 30Stichter klooster Oirschot Pater Pere.BMPPater Jean Péré, de overste, kwam samen met de jonge fraters scholastieken te voet vanaf het station te Best naar Oirschot. Het was een mooie oktoberdag, de zon scheen, en het was droog. De fraters genoten van dit wel heel aparte landschap: vlak, weien, koeien, houtwallen, en een brede weg richting Oirschot. Een windmolen (molenaar van Kessel gvdh) begon ter verwelkoming spontaan dewieken te draaien om de nieuwe ‘compatriotten’ een welkom toe te zwaaien. Zij zelf deden er ook al het mogelijke toe zich te integreren: ze probeerden zoveel mogelijk Nederlands te spreken! Ze komen aan in een magnifieke laan, de Montfortlaan: nog
precies als vandaag, met drie rijen bomen aan de ene kant, en één rij aan de
andere kant van de zandweg-met-karrensporen; langs die weg een pad, alleen voor
de wandelaars….
Het gezelschap bidt een tientje van de rozenkrans en zingt het Salve Regina;
daarna spreekt de overste een gebed uit.

Maria zal in dit huis heersen als Koningin.
Het Magnificat wordt gezongen en de buren vernemen – zoals nog tot vele tientallen
jaren later! – dat het kasteel Bijsterveld voortaan een huis van gebed is geworden.
Van nu af is het Notre-Dame des Coeurs!! Ook de zegen op voorspraak van de zalige
Louis-Marie de Montfort wordt ingeroepen.
De overste spreekt in zijn bede uit, dat het huis een huis zal zijn waarin mensen
zich zullen bezinnen, zullen werken aan hun zelfheiliging, zullen onderricht worden
en zich zullen oefenen in het beoefenen der deugd. Open voor ons de deur van dit
nieuwe asiel! En…. geef ons weldoeners, opdat uw familie mag blijven groeien.
Oirschot was vanaf die dag bewoond door 19 scholastieken, 5 broeders en 5 paters. ( Deze tekst is samengesteld door pater G. van der Heijden uit de Oirschotse Kronieken die tot 1932 in het Frans waren )

In het Gedenkboek van Ste Marie Schimmert in het jaar 1933 wordt zeer waarderend gesproken over Pater Jean Péré. “Pater Jean Péré was de stichter van Oirschot. Hij mocht eveneens de schoone kapel bouwen enkele jaren later. Van Pater Péré getuigt de buitenwereld dat hij – een Fransman- zich de zeldzame vaardigheid had verworven om in de Nederlandse taal korrekt met vrienden en zakenmenschen te kunnen converseren. Met dankbaarheid moeten we erkennen dat hij door zijn wakkeren geest, gericht op het actieve missionarisleven ten onzent gelijk hij het zelf in Frankrijk had beleefd, ook onze eerste ondernemingen bemoedigde in eigen land en eigen taal. “

Iets verderop wordt, met genoegen, vastgesteld: “ Heden is het scholasticaat het hogere studiehuis uitsluitend van de Nederlandse provincie en telt 8 paters, 8 broeders en 61 scholastieken”

De hulde voor pater Péré was dan ook wel terecht want twee jaar daarvoor was eindelijk in de Province du Nord het verplichte Frans afgeschaft in de vormingshuizen. En Pater Péré had bij de intocht al meteen ingezien dat het belangrijk was om de taal van het land te spreken.

Maar zijn superieuren dachten er anders over. Want er zou nog een lange emancipatiestrijd voor nodig zijn om zelfstandig te worden en los te komen van het Franse hoofdbestuur in Saint-Laurent-sur- Sévre waar Montfort begraven is.

Alle goede bedoelingen van pater Péré konden dus niet voorkomen dat het Frans de voertaal bleef in Oirschot. In 1913 startte het scholasticaat met 19 fraters. Het aantal steeg tot 44 in 1908 en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog telde het instituut ruim 60 fraters. Vrijwel alle Franse scholastieken gingen toen terug naar hun vaderland in verband met eventuele legerdienst. Na de oorlog zijn vier van hen een jaar terug geweest. Ook zij konden het toenemende gebruik van de Nederlandse taal niet keren. Want in die oorlogsjaren was er weinig contact met Frankrijk en was er de gelegenheid om in Nederland een eigen stijl en werkterrein te ontwikkelen in de Nederlandse taal. Het eigen karakter kreeg vooral vorm in het werk van de rondtrekkende predikanten, ook wel Volksmissionarissen genoemd.

Toch werd in het studiejaar 1930-1931 het Frans opnieuw verplicht gesteld “voor alle lessen der Heilige Schrift”. Het generaal bestuur kon zich blijkbaar nog niet neerleggen bij de afschaffing ervan. Overste Deckers wilde wel terug naar het Nederlands, maar zijn confraters waren bang tot de orde te worden geroepen door de Franse leiding.

Maar het waren achterhoede gevechten want er bestonden al veel activiteiten in de Nederlandse taal zoals het tijdschrift Onze missionarissen en Missiehuizen die door een ijverige zelatricenbeweging onder de aandacht werd gebracht. Ook waren er geschriften van Montfort vertaald die verspreid werden door montfortaanse volksmissionarissen. De verzelfstandiging van de Nederlandse Provincie ( besloten op het kapittel van april 1931) had ook tot gevolg dat de Nederlandsers ( vaak samen met de Belgen) eigen missiegebieden kregen.

Vanaf hier volgen weer teksten van G. van der Heijden vertaald uit de Kronieken van Bijsterveld. In het Frans: Archives de la maison du Scolasticaat Hollandais de la Compagnie de Marie, Oorschot, Brabant Hollandais)

Bijsterveld
In de archieven van het huis Oirschot wordt het huis te Oirschot, ons
scholastikaat/grootseminarie aan de Montfortlaan, benoemd als een manoir, dat is
– volgens La Rousse – een huis met enige standing, maar dat net niet genoeg
standing heeft om zich kasteel te mogen noemen. Het betekent ook: een landhuis
van enige importantie, gelegen temidden van landerijen.221 115 Hoofdgebouw met oude kerk
Toen Bijsterveld voor het eerst beschreven werd door pater Pierre Le Bourget ten behoeve van de scholastieken die in oktober 1903 naar Oirschot zouden vertrekken, zegt hij daarvan: het is een huis dat menige generatie heeft zien geboren worden en weer sterven. Het wordt voor jullie, scholastieken, een eigen
nestje, een kooitje zonder tralies. Het domein en de omgeving zijn geweldig, het oude huis is echt mooi oud, met water rondom. Willem Cortenraad schrijft dan in ‘Echo de la Bies’: Bijsterveld is een pracht villa, op enkele kilometers van Oirschot
gelegen, in het Brabantse. De brede lanen, de heerlijke schaduwrijke plekken, een
vijver met helder water geven dit herenhuis een heel bijzonder cachet. En…. ik
droom er al van om onder die majestueuze eiken te wandelen, waar vinken en de
nachtegalen naar hartelust zingen, en ik zou me er willen uitstrekken op het
strakke gazon of te zitten aan de rand van de vijver en de aroma van de omgeving
op te snuiven.
Einde augustus begeven de eerste bewoners, om een kijkje te nemen en aan te
geven wat er te doen staat, zich naar Oirschot. Er moet nog heel wat gebeuren. Een
zekere firma Lemmens uit Beek wordt aangezocht om de werken uit te voeren. De
toekomstige (eerste) overste, pater Jean Péré, neemt de leiding. Er zijn heel wat
grondwerkers, metselaars en timmerlieden dag en nacht aan het werk. Er is dan
ook al sprake van een kapel: die ligt aan de kant van Dorus, ongeveer 20 meter
lang, 6 meter breed en 3 meter hoog, met aan één kant tien grote ramen.
Op de bovenste verdieping werden er tien kamers voor de fraters scholastieken
ingericht; het was blijkbaar een open zolder (het zijn de o.a. de vroegere
klokkenkamer en de kamer van broeder Dominicus aan de voorkant; en ook vijf
kamers – ze zijn er nog! – aan de achterkant).

Voorbereidingen
Er komen vanuit Frankrijk (en huis van zusters te Marillais, die ook hadden
moeten vertrekken vanwege de verordeningen van de République Française) twee
wagons met goederen aan in Roosendaal, die via Best mooi in het nieuwe huis
aankomen. Het is de rector van de zusters die er een eer van maakt dat door zijn
bemiddeling de goederen in Best worden opgehaald en naar Bijsterveld worden
overgebracht. Een zekere meneer Friens, de tuinman van het kasteel, zorgt samen
met zijn zoon dat alles goed bewaakt wordt.
Dan wordt langzaam aan de naam Bijsterveld vervangen door ‘Maison Notre Dame’.
Een paar dagen vóór de komst van de groep fraters scholastieken is er een wagon
kolen op het station te Best.

Oirschot aftasten
De allereerste bewoners – een vijftal was in al in Oirschot om het huis ontvangklaar
te maken: zij hadden ondertussen al het een en ander op de rails gezet –
hadden in het dorp al kennis gemaakt met de middenstand van Oirschot: de
meubelmaker, de bierleverancier, de bakker en de mulder, de elektricien, de
olieman, de kolenboer, de kruidenier, de slager, de zuivelwinkel enzovoort.
Ook met de pastoor-deken waren er al eerste contacten geweest, alsook met de
rector van de zusters franciscanessen.082 2. Pioniers 26-10-1903
Al in een heel vroeg stadium gaan de paters ook de Mis lezen in het gasthuis, gerund door de zusters franciscanessen. Na de Mis was er ontbijt voor de celebrant en zijn confrater misdienaar. Op weg terug naar Bijsterveld belden ze aan bij de heer Meijers, hofleverancier, om te vragen of de firma wat meubelen (fauteuils, stoelen, tafels, banken en tafels) kon leveren. De heer Meijers bood de twee gasten een glas melk en een goei sigaar aan.

De gebouwen
Het huis. De eerste bewoners legden hun oor te luisteren bij de omwonenden om te
vernemen over de geschiedenis van het huis. Het kasteel stond er al heel lang,
zeker al meer dan honderd jaar. Het kasteel was vaker van eigenaar veranderd. Niet
iedereen had er even goed ‘geboerd’. En rond 1830 is het kasteel bewoond geweest
door een aantal protestanten die er een soort school dreven, waar de volgende
vakken werden gegeven: schone kunsten, bijbel, Nederlands, Duits, Frans; dat
alles aan allerlei soort studenten.
Maar nog niet zo lang geleden was het kasteel Bijsterveld eigendom van de oude
baron Turring von Ferrier. Nota bene: deze baron ligt op het kerkhof van de parochie
in Oirschot begraven. In een graf dat onlangs is geplaatst op de
monumentenlijst, las ik de volgende tekst (in het Engels) op de grafsteen: ‘John
Turing von Ferrier, chamberlain van de koning van Wirtemberg, seigneur van
Oirschot en Best, geboren te Oirschot op 13 september 1821 en aldaar overleden
op 13 augustus 1902 in zijn kasteel Bijsterveld.’ De kroniekschrijver vervolgt: de
weduwe Turring von Ferrier was niet in staat om op een gepaste wijze voor
Bijsterveld te zorgen; daarom bood ze het te koop aan en de paters van de
Compagnie de Marie kochten het voor enkele duizenden franken (de facto: 20.000
gulden). Achter het woonhuis, achter het kasteel dus, lagen ook een paar stallen met hun mesthopen, en een timmerwinkel. Er was ook een zekere heer Blankers die de
moestuin verzorgde, die er prachtig uitzag omdat er voldoende stalmest aanwezig
was. En, op de vijver kon men de snoek uit het water zien opspringen en de eenden
zien kopje duikelen. Het park kende romantische hoekjes en er waren prachtige
paden en laantjes tussen de bosjes en de diverse aanplantingen.194 2.b 1903 Kasteel en kapel

202 6.achterkant 1911-1914031 Bijgebouwen klooster Oirschot264 franse tuin

Verrassing van Oirschots harmonie
Op maandag 26 oktober 1903 was de montfortaanse familie aangekomen op Bijsterveld: er waren vijf paters, vijf broeders en 19 scholastieken. Dat was toch aan de meeste bewoners van Oirschot ontgaan. Maar Oirschot praat altijd, en het nieuws ging rond door dorp en streek: er zijn Franse paters aangekomen op het kasteel. De overste, pater Jean Péré, beschrijft wat er toen gebeurde. ‘De mensen van Oirschot en omgeving zijn diep-katholiek; wij horen dat en wij zien dat. De mensen hebben ons verrast met een buitengewone geste. Men had blijkbaar de nieuwe paters hartelijker en uitdrukkelijker in Oirschot willen ontvangen: er zouden zeker erebogen zijn opgericht…. Ze wilden toch nog iets doen. 250 DSC02243En daar gebeurde het op de zondag van Allerheiligen! Tegen vijf uur is er veel beweging in de Montfortlaan: mensen op de been, flambouwen, en opeens barst de muziek los. Het is de harmonie van Oirschot – Arti et Amicitiae – die onder begeleiding van de politie, met vaandels en vlaggen ons welkom in Oirschot komt heten! De bewoners namen de serenade in ontvangst, en er werd in keurig Frans gespeecht. Iedereen was zeer vereerd. De overste zei in zijn toespraakje dat hij wilde benadrukken dat de nieuwe bewoners geen vreemdelingen waren, maar slechts landgenoten die verhuisd waren. Even later klinkt binnen nog het Wilhelmus, en nog eens wordt te verstaan gegeven hoe welkom de nieuwe 709 54 Huldeblijk Gilde St Joris 1962.TIF  712 55 Voorzitter Harmonie P.den Ouden 1962.TIF 717 aubade fanfare 65710 54a Huldeblijk Gilde St Joris 1962.TIFbewoners zijn. De serenade eindigt met Vivent les pères! en Leve de paters!’

Het moet een serenade geweest zijn zoals wij ze in de goeie tijd jaarlijks hebben meegemaakt en toen – altijd op een stralende zondagmiddag! – de neomisten op het bordes werden toegesproken door Pietje den Ouden, en de jonge priesters hun zegen gaven aan de vele honderden mensen van Oirschot die uitliepen om hun jonge priesters te eren!

De kerk van Oirschot
Het eerste jaar was vooral een jaar van aftasten, van de weg zoeken, van kennismaken, van het Brabantse volk ontmoeten, terwijl studie gewoon voortging en er gezwoegd werd op filosofie, liturgie, theologie, fysica, geschiedenis en andere vakken. Er waren ook de vrije dagen. De wandelingen, de tochten naar links en rechts; de wandelingen waren soms echte ondernemingen: ze liepen naar Hilvarenbeek, Tilburg, Den Bosch, maar ook naar Vessem, Wintelre, Meerveldhoven en Diessen. Ze bezoeken ook de kerktoren van Oirschot en onder leiding van de koster mogen ze naar boven en genieten van het uitzicht; ze bekijken alle hoeken en gaten, overgebleven van de brand van 50 jaar geleden die de spits vernield had.
Een paar maanden later is Oirschot getuige van een ramp met de kerktoren. Het is 12
december 1904, 6 uur in de avond, als de kerktoren – over drie van de vier hoeken – van boven naar beneden ineen stort. http://home.kpn.nl/ansichten/kerk.htm Het uurwerk en drie mooie klokken liggen tussen het puin, en van het orgel bleef niet veel meer over dan een hoop stof en puin. Het moet een vreselijk gezicht geweest zijn.
De kerk werd toen voor enige maanden gesloten en voor alle liturgische vieringen verhuisde men naar de Bondsgebouw (de kroniekschrijver spreekt steeds van de Volksbond!) en dat Bondsgebouw, een soort parochiehuis, stond in die tijd op de plaats waar nu het nieuwe gemeentehuis is gebouwd.

Wat een uitstraling!
De kronieken van Oirschot lezend – in die eerste jaren – valt het op hoezeer men, wellicht zonder de uitdrukkelijke intentie, propaganda maakte voor de goeie zaak. De scholastieken werden regelmatig gevraagd om Gregoriaans te komen zingen: het gebeurde in de parochiekerk, maar evengoed in Diessen, in Hilvarenbeek, in Eindhoven, in Boxtel, bij de zusters van de Koestraat en in Sint Oedenrode. Je zou bijna zeggen, dat men de scholastieken van de eerste jaren beschouwde als echte vaklui op dat gebied. 122 Amis ReunisVoor een niet gering gedeelte lag dat aan pater Henri Clemens, de musicus, de man die wij kennen van zoveel ons zo dierbare cantates en liederen! Pater Antonin Lhoumeau was ook een gevierd organist en muziekminnaar, en toen hij als generale overste in Saint Laurent woonde haalde hij zijn oogappel Henri Clemens als secretaris naar het generalaat, mede om hem verder te bekwamen in alles wat muziek te maken had.
De montfortanen en de lokale bevolking gingen prima samen. Ieder jaar bijvoorbeeld was er de dag van de Kindsheid. Daaraan verbonden ook een optocht met praalwagens. De paters deden mee. En, ze hebben ook menige prijs weggesleept!
Zoals het iedere montfortaan betaamt is hij een kind van Maria. Wat hebben die eerste paters dat uitgedragen! Bij de opening van ieder schooljaar trok men naar de H.Eik om de studie en het leven van alle dag onder haar bescherming te stellen. Ieder jaar als de nieuw-geprofesten aankwamen in Oirschot was de eerste wandeling richting H.Eik. 105 42 Bij de H Eik.BMPIn de parochie van Oirschot bereidden ze de parochie en de parochianen mee voor op de viering van de meimaand. En wat een feest is het geweest toen men op 8 september 1906 het feit herdacht dat de verering van O.L.Vrouw van de H. Eik 500 jaar bestond. Dat is een heel groots feest geweest aan de boorden van de Beerse.
701 5 Priesterwijding in kapel door Mgr.Theunissen.BMPToen de montfortanen voor een wijding voor de eerste keer in Haaren (grootseminarie van bisdom Den Bosch) waren, staken de grootseminaristen hun verwondering en bewondering voor de montfortanen niet onder stoelen of banken: ‘Jaja, Montfort en de heilige Maagd’. Onze scholastieken genoten van de bekendheid die ze dus al hadden in de omgeving. Ook het feit dat men wist dat montfortanen ‘missiepaters’ waren maakte dat we werden beschouwd als toch heel bijzondere mensen in de universele kerk!
Ook de betrekkingen met de deken (en zijn drie kapelaans) waren prima. Ieder jaar in januari werd de overste en de econoom uitgenodigd voor een feestdiner. Regelmatig traden de scholastieken op in de kerk; en een bezoek aan Bijsterveld was ook heel regelmatig. Even goed waren de betrekkingen met de rector van de zusters franciscanessen: hij was een bijzondere vriend zelfs – onder andere zijn op zijn kosten heel wat goederen van het station in Best naar Bijsterveld gebracht.
702 6 Pater Bilo,v.Schijndel,Mgr.Frehen.BMPTenslotte had het scholastikaat zeer goede betrekkingen met diverse kloosters in de buurt: met de Witte paters in Boxtel, het groot- en kleinseminarie van Den Bosch, de Trappisten in Tilburg, de broeders van Eijkenburg en de paters augustijnen in Eindhoven, de paters spiritijnen in Gemert. De meesten van deze kloosters hebben meer dan eens een tegenbezoek gebracht aan het scholastikaat.

Uitbreiding: rechtervleugel
In 1907 worden er plannen gemaakt voor uitbreiding van het scholastikaat. Aan de oostkant komt een flinke uitbreiding, want het aantal scholastieken was inmiddels tot tegen de veertig opgelopen. Het is architect Van Aalst uit Den Bosch die de architect is; de heren Priem en Willems verzorgen timmer- en metselwerk. In mei gaat de eerste schop de grond in; de vlag in top in juli en de vleugel wordt in gebruik genomen in september. 197 5a 1907Beneden aan de voorkant ligt de eetzaal, dicht bij de keuken en de kelder. Op de eerste verdieping aan de voorkant: drie grote kamers voor de scholastieken (vier per kamer!); aan de achterkant de studiezaal (salle d’exercices) en een leslokaal; op de tweede verdieping: zes kamers voor scholastieken; daarboven de ‘zolder’ (het tegenwoordige labyrint) waar de kapel werd ingericht. Naast die nieuwe vleugel (aan de kant van Dorus) was er een trap die naar beneden liep, naar het château d’eaux.

Mgr Cornelis van de Ven en de montfortanen
Cornelis van de Ven is een van Oirschots zonen. Hij was diocesaan priester en was
aangezocht vanuit Amerika om daar missionaris te zijn. Hij ging werken in de staat Louisiana, in het bisdom Natchitoches (later Alexandria). Daar werd hij in 1904 bisschop gewijd en kwam zodoende als pas-gewijd bisschop in juni 1905 voor het eerst weer in zijn geboortedorp. Monseigneur heeft in de kerk van Oirschot op 17 juni 1905 de wijdingen verricht: kruinschering, lagere wijdingen, diaken-wijding en priesterwijding. Onder de wijdelingen waren onder andere pater Henri Clemens, Frans Jongen, André Somers, Jean Roex en Jean Hoppers.
De wijdelingen, gezeten in open landauers, werden met muziek en rijvereniging bij het
klooster afgehaald, en een volle kerk vierde mee. Nooit eerder had men iets dergelijks in Oirschots kerk mogen meemaken. Een paar weken daarna kwam mgr C.van de Ven naar
Bijsterveld om de wijdelingen te feliciteren en nader kennis te maken met de montfortanen.
Een ware verbroedering! We hebben moeten wachten voor een volgende gelegenheid van een priesterwijding in de kerk van Oirschot tot maart 1961. Twee montfortanen van Oirschot – Dries van der Schoot en Johan van Zelst – waren toen bij de wijdelingen. Monseigneur Bekkers ging toen voor; de schola zong – samen met een deel van het mannenkerkkoor – vanaf het grote oksaal onder de bezielende leiding van pater Frans Heckman. De bisschop in processie schrijdend door de middengang, terwijl het Ecce sacerdos magnus klonk, was beide keren even indrukwekkend.

Onze Missionarissen en Missiehuizen
In begin 1909 wordt het revue ‘Onze Missionarissen en Missiehuizen’ opgericht. Eerste oplage 2000 exemplaren (daarna nog 1000 herdruk), de tweede 3000 en de derde 4000 exemplaren. En die moesten aan de man gebracht worden! Dat ging zoals wij met loten stad en land afreisden om de gelden te vinden voor de nieuwbouw te Oirschot, rond 1960. De scholastieken werden er regelmatig op uit gestuurd. Maar ook de overste bleef niet achter. Dat gebeurde op de donderdagen en andere vrije dagen. Men stroopte de hele omgeving af: Oirschot, Liempde, Sint Oedenrode, Hilvarenbeek en andere (ook als het scholastikaat in Schimmert op vakantie was ging men in de omgeving van Schimmert er op uit nog meer abonnees te vinden). Soms 100, soms meer dan honderd nieuwe abonnees per dag. Ik kan me voorstellen hoe taai dat geweest is. Men dééd het toch maar!

Nieuwe kapel
Al bij de bouw van de linkervleugel werd door architect Van Aalst gedacht over plannen van een nieuwe kapel, de huidige Montfortkapel; dat was al in 1906. Vergeet niet dat de oude kapel onder de grote vakantie van 1906 in vlammen was opgegaan. 304 54. kapelbrand 1906De eerste bedragen komen binnen, onder andere van het generalaat; de overste gaat erop uit om donateurs te vinden en nadat alle tekeningen zijn goed bevonden wordt de fundering gestort een paar dagen voor Kerstmis 1909.
Indrukwekkend moet de hulpvaardigheid geweest zijn van de Oirschotse bevolking; de
kronieken vermelden op veel dagen dat boeren met hun paard en kar kwamen om grond te verzetten en zand aan te voeren. Het zijn boeren uit Oirschot, maar ook uit Best en uit Spoordonk. Er is zelfs een dag dat er 32 boeren zijn met hun materiaal en ongeveer 300
karrenvrachten grond verzetten!! Uiteraard alles pro Deo!!308 58.kapel 1910Bij het leggen van de fundamenten stootte men op overblijfselen van een oude vijver. Zou dat dezelfde vijver gewest zijn als later met de nieuwbouw rond 1957, toen men ook daar stootte op sporen van een vijver die er vroeger gelegen moet hebben? De twee ontdekkingen zouden inderdaad deel hebben kunnen uitmaken van een en dezelfde vijver of gracht die rond het oude manoir gelegen kunnen hebben….
407 NIEUWBOUW kapel-1.tifIn februari van 1910 is men al boven het maaiveld en de eerstesteenlegging vindt plaats op 12 maart, waarbij het volgende document werd geschreven en ingemetseld: ‘Zaterdag 12 maart 1910 in tegenwoordigheid van de heeren Van Aalst, bouwkundige, van Poorter, opzichter, Willems en Priem aannemers, Van Oerle, kapelaan te Oirschot, pater Péré overste, en de professoren van het scholastikaat: Eijmael, Salden, Clemens en Le Bail heeft de eerste steenlegging van deze kapel volgens kerkelijk gebruik plaats gehad. Gezegend zij ten alle tijde Onze Lieve Heer, door zijn Heilige Moeder, de Allerheiligste Maagd Maria, Koningin der Harten, voor de ons verleende gunsten. Geve God dat al onze weldoeners en vrienden ’s Hemels rijkste zegeningen deelachtig worden’.
327 dominika 025De vlag ging in top op 3 juni, op 9 juli werd een Mariabeeld geplaatst in de nis van de kapel (feest van de Notre Dame des Prodiges).
Op 8 september 1910 verrichtte mgr Cornelis van de Ven de plechtige inzegening van de kapel, waarbij o.a. de volgende gasten aanwezig waren: Van Oerle, kapelaan te Oirschot, ook deken mgr Franken, de pastoor van Schimmert, de overste van de Witte Paters te Boxtel, de kantonrechter en nog vele andere notabelen. Onder de directie van pater Henri Clemens zongen de scholastieken de Mis van Boyer.

320 80.processie scholastieken

Dank aan de bevolking
Op zondag 2 oktober, tevens het feest van de heilige Rozenkrans werd tot intentie van de boeren die zoveel hadden bijgedragen om de kosten van de bouw van de kapel te drukken, een plechtige Hoogmis opgedragen. Er waren 200 boeren in de Mis. Ze zagen er goed uit, op hun zondags: sommigen al wat grijzer, anderen met gezonde ronde buiken, weer anderen met degelijke bretels om hun broeken op te houden. Pater Henri Clemens hield de preek in het Nederlands; en na de Mis werden er sigaren uitgedeeld en men kon rondlopen en een kijkje nemen op het goedje. De boeren hadden ondervonden dat ‘de paters’ van hun waren; de paters hadden ondervonden dat ze gedragen werden door de bevolking van Oirschot. De overste pater Jean Péré sprak nogmaals zijn bede uit die hij al had uitgesproken bij het leggen van de eerste steen: ‘Geve God, dat al onze weldoeners en vrienden ’s Hemels rijkste zegeningen deelachtig worden’. Op deze dag had pater overste ook ondervonden waarom hij gebeden had, toen hij op 26 oktober 1903 aankwam bij Bijsterveld, en – geknield aan de voeten van de Notre Dame des Coeurs – bad: Open voor ons de deur van dit nieuwe asiel. En toen ging het leven van alledag weer verder.


Vijfentwintig jaar scholasticaat

Lage Landen

In 1928 wordt 25 jaar scholasticaat gevierd. In het blad “Onze missionarissen” nr. 20 verschijnt bovenstaand artikeltje van pater Jos M. Deckers. Dit verhaal wordt geciteerd in het boek “Montfortanen in de Lage Landen” (pag.106). Maar daarbij schuift de auteur een paar gebeurtenissen in elkaar en gaat er toch wel iets verloren van het enthousiasme van de Kroniekschrijver van het eerste uur, zoals vastgelegd in de Kronieken.

Relation de l’arrivée, 26 octobre 1903.
“….On s’est engagé dans la grand-route qui mène de Best à Oirschot.
Elle est large, et pavée comme les rues de nos cités, bordée d’arbres à peu près
dans toute sa longueur. De chaque côté, des haies, des prairies, des terres en
pleine culture. Mais ce n’est pas là ce que cherchent les yeux…. Où est l’Eden
que l’on doit habiter? Chaque bouquet d’arbres, chaque avenue fait tressaillir.
C’est à qui découvrira le premier la demeure tant rêvée!!
Il est convenu qu’à partir de Best, on parlera hollandais, car il importe
que la population nous reconnaisse dès le premier jour, pour des compatriotes,
et qu’elle ne se méprenne pas sur notre exode. Personne ne se fait prier pour
parler sa langue maternelle; et les bonnes gens, qui écoutent au passage, sont
tout réjouis d’entendre les conversations animées des ‘petits pères’.”
Nous nous permettons ici d’interrompre cette intéressante relation, pour
dire à nos lecteurs, que le meunier du coin était tellement content de voir
arriver les ‘petits pères’, qu’il en faisait tourner son moulin de joie, pour les
saluer….
“A une faible distance de ce moulin, et après 40 minutes environ de
marche, le révérend père dit aux premiers: ‘A droite’! On ne voit rien qu’un
chemin large aux ornières nombreuses et profondes; mais à quelque cent
mètres, voici, à gauche, une avenue magnifique…. D’un côté, passage libre pour
les attelages et de l’autre, trois rangées de beaux chênes, formant deux voûtes
de verdure et deux allées, longue à perte de vue. Les piétons seuls y peuvent
passer.
C’est à bonne distance de la grand-route, c’est aussi loin d’Oirschot,
nous y serons à peu près seuls! Cette perspective ravit notre jeunesse. Ce sont
des oh!…. des ah!…. Mais tout à coup, un mot impose silence: ‘Le chapelet’. On
arrive. Il convient d’entrer religieusement dans sa maison.
Voici le portail, les douves, le jardin, la façade. On récite une dizaine
du rosaire Ave Maria, gratia plena! Celle que nous saluons apparaît sur le
perron, sur une table ornée, parmi les fleurs. A ses pieds est déposée la grande
clef de la maison…. Chacun devine qu’une cérémonie se prépare. En effet, le
Salve Regina est entonné; nous le chantons de tout coeur, avec une émotion
faite de piété, de reconnaissance et de joie. Puis, tous étant agenouillés, le
révérend supérieur monte les degrés, jusqu’au trône de la Vierge, et, d’une voix
24 Le père Jean Péré claire, avec un accent qui trahit des impressions profondes, en rapport avec la circonstance, il lit à Marie une adresse touchante.

Cependant, avant de nous avancer plus loin, nous devons mentionner
un événement qui eut plus ou moins d’écho dans la région, et dont plusieurs
revues et journaux ont fait mention…. Nous voulons parler de la manifestation
faite par la musique d’Oirschot, dans le but de souhaiter la bienvenue aux
religieux du scolasticat N.D. des Coeurs.
Mais laissons la parole au correspondent (Le père Jean Péré) des ‘Echos de la sainte
famille’:
“Les populations de la contrée sont profondément catholiques, à ce que
l’on nous dit et nous nous en apercevons tous les jours. Elles nous font, en tout
cas, un accueil aussi aimable que possible. On a regretté, paraît-il, de ne pas
savoir le jour de notre arrivée, parce que l’on aurait dressé quelques arcs de
triomphe sur notre passage. Quoi qu’il en soit de ce détail, on a toujours voulu
faire quelque chose! Le soir de la Toussaint, vers les 5 heures, nous apercevons
dans la grande avenue publique des flambeaux qui s’agitent et se croisent en
tous sens. Tout à coup, une fanfare éclate en de joyeuses notes. C’est
l’Harmonie d’Oirschot qui vient, avec ses drapeaux et ses nombreuses médailles
en tête, nous souhaiter la bienvenue. Nous donnons un coup de cloche, et, en
un instant les scolastiques sont descendus….
La porte d’entrée s’ouvre. Nous saluons, et nous nous mettons en
amphithéâtre sur les marches du perron.
La pièce de musique terminée, un des messieurs instituteurs
s’approche, et, en français, s’il vous plaît, il nous exprime les sentiments les
plus délicats. On ne pouvait montrer un plus grand désir de nous être agréable.
Le révérend père supérieur répond en quelques mots, remerciant
chaleureusement et explicant avec soin que nous ne sommes pas des étrangers,
mais des compatriotes qui changent de domicile. C’est un lien de plus qui nous
affectionnera à la population si sympathique d’Oirschot….
Naturellement, nous invitons les artistes à entrer, et nous les traitons de notre mieux. Pendant ce temps, le chef de la police arrête la foule au portail de
la propriété. Nous ne l’oublions pas à son poste, d’autant moins que c’est un
brave homme de Maestricht….
Les morceaux de musique se succèdent donnés avec un goût exquis,
sous une habile direction. Mais, lorsque retentit dans notre vestibule la mélodie
si majestueuse et si populaire ‘Wilhelmuslied’, on devine que c’est le bouquet et
la fin…. En effet, mr l’instituteur en chef prend la parole, et lui aussi en français
nous adresse des souhaits de bienvenue. Quelle cordialité! Nous accompagnons
nos aimables visiteurs jusqu’à l’avenue et à peine ont-ils fini leur dernier
morceau que nous les acclamons. Alors ce sont des cris sans fin: Vivent les
Pères! Leve de Paters!
Que la sainte Vierge soit bénie, ajoute encore le correspondent, de
nous avoir conduits dans un pays où tant contribuera à nous rendre fervents!
Puisse-t-elle nous aider à répandre autour de nous la ‘bonne odeur de Jésus
Christ’, et se servir de notre présence pour attirer dans la famille de Montfort un
grand nombre de vocations!”
Nous arrêterons là nos citations, et nous continuerons le cours de notre
récit, en mentionnant, après la visite de l’Harmonie d’Oirschot, après la rentrée
des fleurs, l’arrivée au vieux manoir, de Madame la Vidame Anna Turring
von Ferrier, la dernière propriétaire du vieux castel de Bijsterveld. Elle se
déclara enchantée de la réception qui lui fut faite, et encore plus contente de
voir que les changements et modifications faits au château n’étaient pas
considérables. Dans la visite qu’elle fit à la cathédrale, elle s’aperçut de la
pauvreté du lieu saint, et elle promit une largesse pour les étrennes du premier
de l’an.